In verband met het coronavirus willen wij u vragen rekening te houden met deze maatregelen.

Entingen

Bescherming tegen o.a. influenza en tetanus

  • Influenza
  • Tetanus
  • Vaccinatieschema
  • Andere vaccinaties

Influenza

De gebruikelijke jaarlijkse enting van paarden bevat altijd influenza. Dit is een griepvirus wat heel makkelijk van het ene naar het andere paard wordt overgedragen. In veel paarden verloopt de ziekte mild met koorts, verkoudheid of hoesten. Zwakkere dieren, zoals oudere paarden en jonge veulens, kunnen echter ernstig ziek worden en blijvende (long)schade aan de infectie overhouden. Een enkele keer heeft influenza een dodelijke afloop. Dit is grotendeels ook te danken aan het vaccinatiebeleid, omdat de vaccinatie een goede bescherming geeft tegen influenza. Paarden die in de internationale sport meelopen, moeten halfjaarlijks worden gevaccineerd tegen influenza. Voor de KNHS is jaarlijks vaccineren afdoende.

Veulens krijgen via de biest bescherming tegen het influenzavirus mee als het moederdier in de laatste drie tot zes maanden van de dracht wordt gevaccineerd. Hierdoor zijn veulens wel beschermd, maar nog niet optimaal. De bescherming uit de biest blijft ongeveer zes maanden bestaan. Het is dan ook aan te raden veulen op zes maanden leeftijd de eerste vaccinatie toe te dienen.

Tetanus

In de praktijk worden niet alle paarden gevaccineerd. De meest gehoorde beweegreden: ‘we gaan toch nooit van het erf af’ en ‘het is een vaste kudde, dus er is weinig risico.’ In grote lijnen klopt dit ook. Beide redenen zijn echter alleen van toepassing op influenza. In de jaarlijkse enting wordt het paard ook gevaccineerd tegen tetanus. Tetanus is een nare ziekte met vrijwel altijd een dodelijk afloop. Het wordt veroorzaakt door een bacterie, die overal in de grond zit. Een kleine verwonding kan al de ingang zijn door deze bacterie. Een paard met tetanus is te herkennen aan het verstijven van de spieren, beginnend bij de kauwspieren waardoor de kenmerkende ‘kaakklem’ ontstaan. Daarnaast wordt bij tetanus het derde ooglid is zichtbaar.

Ook mensen worden gevaccineerd tegen tetanus, maar dat hoeft slechts één keer in de tien jaar te gebeuren. Paarden zijn veel gevoeliger voor een infectie met de tetanusbacterie en zullen veel sneller de beschreven ziekteverschijnselen ontwikkelen. Vanuit dat standpunt is het huidige vaccinatieschema ontstaan. Jaarlijks vaccineren blijkt echter niet noodzakelijk, het huidige advies is eens in de twee jaar te enten tegen tetanus. Sinds kort is een sneltest op de markt waarmee bepaald kan worden of paarden nog voldoende afweerstoffen hebben tegen tetanus. Zo kan tijdens de jaarlijks visite van de dierenarts nog bepaald worden of enten tegen tetanus wel of niet noodzakelijk is. Zeker bij paarden die na de vaccinatie last hebben van bijwerkingen (zwelling, stijfheid of koorts) is het de moeite waard om dit te testen. De overgevoeligheid op de vaccinatie blijkt in de praktijk vaak te maken te hebben met de tetanuscomponent: als die weggelaten wordt, zijn de problemen ook verdwenen. De jaarlijkse vaccinatie tegen influenza blijft wel noodzakelijk.

Vaccinatieschema

Wanneer een paard nog nooit gevaccineerd is tegen influenza en tetanus, moet er eerst een basisvaccinatie worden toegediend. Dit houdt in dat er drie vaccinaties toegediend moeten worden. 4 tot 6 weken na de eerste vaccinatie moet de tweede vaccinatie worden toegediend. Een half jaar na de eerste vaccinatie dient de derde enting te worden toegediend. Daarna is jaarlijks herhalen voldoende.

De derde vaccinatie is van wezenlijk belang om voldoende immuniteit op te bouwen. Door het immuunsysteem in deze intervallen te activeren, blijven er voldoende antistoffen aanwezig in het lichaam om langdurige bescherming te bieden.

Andere vaccinaties

Rhinopneumonie

De laatste jaren lijkt het steeds vaker op te duiken: rhinopneumonie. Het wordt veroorzaakt door het Equine Herpes Virus, met name type 1 en 4. Deze ziekte kent verschillende verschijningsvormen: verkoudheid, abortus of neurologisch. Voornamelijk de abortus en neurologische variant kunnen verstrekkende gevolgen hebben. Vaccineren zorgt echter niet voor een volledige bescherming. Alle paarden op de stal moeten elk half jaar gevaccineerd worden om nog een redelijke bescherming te verkrijgen. Voor drachtige merries geldt dat ze op de vijfde, zevende en negende maand van de dracht moeten worden gevaccineerd, maar ook dan kan abortus helaas niet altijd worden voorkomen. Voor de neurologische vorm biedt vaccinatie slechts beperkt bescherming, de verspreiding binnen een koppel zal hooguit wat minder snel verlopen. Vaccineren tegen rhinopneumonie wordt aangeraden op stallen waar zowel sportpaarden of fokmerries staan, omdat het risico van insleep van de ziekte relatief groot is.

Droes

Droes is een ziekte die zich kenmerkt door een grote bult onder aan de kaak van het paard waar grote hoeveelheden pus uitkomen. Deze ziekte wordt voornamelijk gezien bij jonge paarden en wordt veroorzaakt door de bacterie Streptococcus equi equi. Sommige paarden overleven de infectie niet. Vaak herstellen paarden wel van droes, maar het ziekteverloop kan behoorlijk heftig zijn. Door zwelling rondom de keel kunnen paarden moeite hebben met slikken en eten. Sommige paarden blijven drager van de bacterie. Er is een vaccinatie beschikbaar. Deze wordt gegeven in de bovenlip, in tegenstelling tot bijna alle andere vaccins die in de borst- of halsspier worden toegediend. De basisvaccinatie bestaat uit twee vaccinaties met vier weken tussentijd. Daarna moet de vaccinatie elke drie maanden worden herhaald voor een betrouwbare bescherming. Ook bij deze vaccinatie geldt dat het effect het best en betrouwbaarst is als alle paarden van een stal worden gevaccineerd. Deze vaccinatie zou bijvoorbeeld kunnen worden toegepast als een veulen of jaarling de opfok ingaat.

West Nijl virus

Het West Nijl virus is een opkomend virus vanuit warmere landen. Er zijn nog geen gevallen van bekend in Nederland, maar wel in Europa. Dit virus wordt door muggen van trekvogels op paarden en mensen overgedragen. Er is hier dus sprake van een zoönose. Het virus zorgt voor koorts en neurologische verschijnselen. Lang niet alle paarden worden ernstig ziek, maar de ziekte kan fataal zijn. Vaccinatie tegen het West Nijl virus bestaat uit twee vaccinaties met vier tot zes weken tussentijd, daarna moet de vaccinatie jaarlijks worden herhaald.

Terug naar Paarden